Amsterdam, 10 maart 2026
Er zijn avonden waarop een schaakwedstrijd meer is dan acht borden, zestien stoelen en een handvol toeschouwers. Er zijn avonden waarop de SGA-competitie voor even verandert in een strijdtoneel waarop meer wordt bevochten dan alleen twee matchpunten. Trots. Reputatie. Hoop. De taaie weigering om te knielen wanneer de knieën al beginnen te buigen.
Dinsdag 10 maart was zo’n avond. Diep weggestopt in het verste, donkerste hoekje in de kelder van Huize Lydia, aan het Roelof Hartplein in Amsterdam, trad Paard d4 aan tegen Caissa II in een onvervalste vierpuntenwedstrijd: een rechtstreeks gevecht om de kop van de ranglijst, tot de tanden toe bewapend.
Vooraf was de spanning bovenin de SGA-klasse om te snijden. De top lag opeengepakt als soldaten in een loopgraaf onder vijandelijk vuur en ieder matchpunt droeg het gewicht van een granaat. De inzet was glashelder: winnen betekende langszij komen en de koppositie heroveren; verliezen betekende wegzinken in het drassige moeras van de subtop.
Alsof het noodlot ons hoogstpersoonlijk wilde testen, kregen we vlak voor de afmars te maken met enkele afmeldingen. Maar het zijn juist zulke momenten waarop een vereniging haar ware gezicht toont. Wanneer leden opstaan - niet in de glans van een zekere overwinning, maar in de zenuwachtige minuten voor het eerste salvo - simpelweg omdat er opgestaan móét worden.
De kelder van Huize Lydia had die avond verdacht veel weg van een crypte, een schuilkelder, waar daglicht en frisse lucht ongenode gasten waren die de weg naar binnen al jaren niet meer hadden gevonden. En waar niet langer gebeden werden gefluisterd maar varianten. Geen krijgsliederen, maar het droge tikken van klokken. Jan, Nico, Lody, David, Frans, Jeroen, Mehran en Walt namen plaats alsof ze niet aan een wedstrijd begonnen, maar aan een veldtocht. Alsof het bord geen bord was, maar terrein. En iedere zet een marsbevel.
De eerste berichten vanaf de frontlinie waren somber. Frans, altijd te porren voor een potje schaak, kwam vroeg onder druk te staan. Toen ik even later terugkeerde naar zijn bord was de strijd al beslist. Blitzkrieg. Rücksichtslos en zonder pardon: 1-0 voor Caissa.
Walt en zijn tegenstander hielden het kruit droog. In een overzichtelijke stelling werden de zware wapens vroegtijdig neergelegd en leek de partij eerder op een behoedzame patrouille dan op een veldslag. De vrede werd al vroeg getekend. Deze wapenstilstand in de vorm van remise bracht Paard d4 op het scorebord: 1,5-0,5.
Davids tegenstander was bekend met de opening, won snel terrein op de klok en bouwde zo een tijdsvoorsprong op die als een langzaam dichttrekkende strop voelde. David hield lang stand en vocht zich in tijdnood door een complexe stelling vol zware stukken en open koningsstellingen. In een schaakpartij die meer weg had van een man-tegen-man gevecht waarin één misstap het einde kan betekenen. Die misstap kwam er, de straf volgde onmiddellijk: 2,5-0,5.
Jan legde op bord één zijn tegenstander het vuur aan de schenen zoals alleen Jan dat kan. Hij slingerde pionnen naar voren als ware het stormrammen, verwarring en dreiging zaaiend over het hele bord. Het buskruit in zijn stelling, het initiatief in zijn handen en de onrust in de vijandelijke gelederen trokken een steeds grotere menigte naar zijn bord. Juist toen Jan de overhand kreeg en het vijandelijke front kon binnendringen, werd hij te voorzichtig. Een harde les: 3,5-0,5.
We stonden niet zozeer met de rug tegen de muur, nee, we waren al in diezelfde muur gemetseld. Maar dat is het bedrog en tevens de schoonheid van de hoop: ze meldt zich wanneer je haar het minst verwacht.
Nico was degene die haar weer de kelder binnenliet. Hij gaf het startsein voor ons tegenoffensief. Zijn partij was geen veldslag vol explosies, maar een wurggreep, langzaam aangetrokken door iemand die precies weet hoeveel druk een mens kan verdragen voordat hij breekt. Zet voor zet verbeterde Nico zijn stelling. Tot zijn tegenstander besefte dat hij niet langer aan het schaken was, maar aan het stikken. Nadat Nico alle vluchtwegen had afgesneden, marcheerde hij met zijn vrijpion tot promotie onvermijdelijk was: 3,5-1,5.
Mehran koos in een afruil-Frans voor de aanval. Zijn dame mengde zich vroeg in de strijd en snoepte twee pionnen weg met de brutaliteit van een commando-eenheid die diep vijandelijk gebied is binnengedrongen. Voor het ongeoefende oog leken de pionnen vergiftigd. Niet voor Mehran. Zijn dame vond veilig de weg terug, zijn stelling en de materiële voorsprong stonden als een bunker overeind. Toen zijn tegenstander op zoek naar tegenspel ook nog haar paard op d4 verloor, was de strijd definitief gestreden: 3,5-2,5.
Jeroen had lange tijd minder ruimte om te manoeuvreren op de koningsvleugel. Op de damevleugel vond hij compensatie en perspectief in de vorm van een vrijpion. In een stelling met zware stukken en hyperactieve lopers vlogen de pionnen links en rechts van het bord, tot zijn tegenstander er één te veel greep. Jeroen kende geen genade en veroverde een toren: 3,5-3,5.
Lody leek goed uit de opening te zijn gekomen, met ruimtevoordeel en een ontwikkelingsvoorsprong, maar zag het initiatief langzaam maar zeker door zijn vingers glippen. Zijn stukken werden teruggedrongen, de tegenstander rukte op, en Lody’s stelling kreeg iets onheilspellends. Maar met een paar seconden op de klok vond Lody een combinatie die voelde als een man die, zo goed als verdronken, toch nog lucht vindt. Plots stonden al zijn stukken gedekt. Niet netjes en volgens plan, maar miraculeus, alsof de stelling zich als een donderslag bij heldere hemel opnieuw had geordend. Tegelijkertijd bleken juist de opgerukte stukken van zijn tegenstander aangevallen te staan. Wat een ogenblik eerder nog op een executie had geleken, draaide om in een bevrijdingsactie. Toen de rook was opgetrokken, resteerde een gewonnen eindspel, waarin Lody het vonnis voltrok door zijn houten ros nog enkele keren terug te brengen naar het gedroomde veld: d4. Chique.
Zo bogen we op die dinsdagavond een 3,5-0,5 achterstand om in een 3,5-4,5 overwinning, goed voor twee zeer kostbare matchpunten.
En misschien is dat uiteindelijk de ware betekenis van zo’n avond. Niet dát Paard d4 won, maar de manier waarop. Nagenoeg begraven in de catacomben, maar zichzelf met blote handen weer uit de aarde omhoogtrekkend. Dat is meer dan een comeback. Dat is meer dan een overwinning. Dat is karakter. En dat siert ons.