Dikwijls ontleent dit leven zijn schoonheid aan wat had kunnen zijn. In de kloof tussen wat is en wat niet is nestelt zich ons voorstellingsvermogen, en ontstaan de vaak efemere glories van de dagdroom, de alomvattende fantasie, de scheppende kunst.
Zo is het ook met Pd4. De Pd4 die had kunnen zijn, wiens gedachten dwarrelen er niet melancholisch smachtend naartoe? Och, herinner je je de tijd die je besteedde aan het uitrekenen van die ene zij-, zij-, zijvariant, alleen maar omdat een Pd4 de genadeklap zou uitdelen? Je bent niet de enige. Compañero.
Stel, je bent een mug. Je bent niet zomaar een mug, je bent een stervende mug. Je bent slim, wereldwijs en je al te gewaar van je naderende heengaan. Wat doe je dan? Je vliegt, natuurlijk, op een nazomers aanvoelende herfstavond naar Eighty-Four, werpt een laatste blik op de aarde die je zo dierbaar is en fladdert het uitnodigend verlichte grand-café in. Bij goed leven hoort goed sterven. Je geniet van de avond, zwiert als een ballerina om de oren van een knappe cabaretier, steekt een andere smakelijke jongeman meermaals in zijn rechterarm en vlijt je ten slotte, moe maar voldaan, op bord 8, je lievelingsbord, op veld d4. Laat de eeuwigheid maar komen.
Walt ziet het aan. Pd4 was hij toch van plan, maar nu kan hij er ook nog een mug mee pletten. Eindelijk. Dat klerebeest deed hem al de hele avond zweten in zijn hoodie, echt naatje. Zijn hartslag versnelt, zijn tong glijdt langs zijn lippen. Zijn hoodie en hij richten zich op, hij ademt diep in, hij heft zijn rechterhand, langzaam, vol overtuiging. De mug roert zich niet.
Net op dat moment doet Walts tegenstander een zet. De mug schrikt op, schiet ervandoor, recht naar de knappe cabaretier, die hem vierentwintig maal tot moes slaat. Walt blijft beteuterd achter. Deze Pd4 zal hij nooit vergeten, hoewel hij hem nooit mocht uitvoeren.